Waarom Beleeve?
Behind the Beleeve
Er was een moment dat ik dacht: Is dit het nou?
Alles klopte op papier. Mooie carrière, stevige titel, een cv waar je mee thuis kon komen.
Maar van binnen.. voelde het alsof ik mezelf ergens onderweg was kwijtgeraakt.
In de IT leerde ik de regels snel.
Wees scherp. Wees snel. Wees niet te zacht.
Ik paste me aan. Steeds een beetje meer. Tot ik op een dag wakker werd en dacht:
Ik werk in een sector die zo vooruitstrevend is in technologie en zo achterloopt op menselijkheid.
Ik zag geweldige collega’s uitvallen met burn-outs.
Vrouwen die opgaven, niet omdat ze het niet konden, maar omdat ze moe waren van vechten.
Trans mensen die nergens echt pasten.
En ikzelf?
Ik speelde rollen om geloofwaardig gevonden te worden.
Tot ik er klaar mee was.
Beleeve is ontstaan uit die grens.
De grens tussen aanpassen en je waarheid leven.
Tussen presteren en bloeien.
Tussen overleven en durven bouwen aan iets dat klopt.
Ik geloof niet meer in systemen die mensen laten opbranden.
Ik geloof in bedrijven waar je mag ademen.
Waar ruimte is voor zachtheid en ambitie.
Waar inclusie niet een project is, maar de fundering.
Niet omdat het moet. Maar omdat het beter is. Eerlijker. Menselijker.
Beleeve is dat bedrijf. En deze keer herschrijven we de regels zelf.
Er komt een moment dat je het niet meer kunt ontkennen.
Dat je ogen open zijn, en je ze niet meer kunt sluiten.
Dat je ziet hoe verrot het systeem eigenlijk is en je je afvraagt hoe we dit ooit normaal zijn gaan vinden.
Voor mij kwam dat moment geleidelijk. En toen ineens, keihard.
Ik werkte in de IT-sector. Jarenlang.
Een wereld vol slimme mensen, grote ambities, technische pracht.
Maar ook een wereld waarin:
-
Overwerken werd gezien als toewijding
-
Burn-outs werden afgevinkt als ingecalculeerd risico
-
Flexibiliteit betekende: altijd bereikbaar
-
Promoties gingen naar degene met de grootste mond, niet het grootste talent
-
Je mocht jezelf zijn, zolang dat maar binnen het plaatje paste
-
Salarissen vaag zijn en onderhandelingen extraverten bevoordelen
-
Groei belangrijker is dan herstel
-
En succes wordt afgestraft met nog meer werk
Ik heb te lang vastgezeten in die wereld. In organisaties die leken te draaien om mensen, maar gebouwd waren op controle, hiërarchie en winstmaximalisatie.
Waar mooie woorden als “inclusie” en “veiligheid” op de website stonden, maar waar het in de praktijk ging om KPI’s, ego’s en wie je kende.
Waar techneuten verantwoordelijk worden gemaakt voor mensen en resultaten, zonder de juiste tools of ondersteuning.
Waar functies standaard 40 uur vereisen en daarmee een enorme groep parttime talenten bij voorbaat wordt uitgesloten.
Waar geld naar aandeelhouders of investeerders gaat, in plaats van naar een betere werkplek of de wereld daarbuiten.
Ik heb gezien hoe ideeën van de werkvloer verdwijnen in decks met andermans naam erop.
Hoe HR niet de cultuur beschermt, maar het systeem.
Hoe “zelfsturing” wordt geprezen, maar zelden echt toegestaan.
Hoe managers beslissingen nemen over mensen, zonder mensen.
Ik heb gevoeld wat het betekent om na je transitie niet meer vanzelfsprekend serieus genomen te worden.
Om opeens ‘te zacht’ gevonden te worden.
Om jezelf te zijn en toch buitenspel te raken.
Om maskers te moeten dragen, tot je jezelf niet meer herkent.
Om ideeën te delen die pas serieus worden genomen als iemand met ‘de juiste status’ ze herhaalt.
En dan dat zinnetje:
“We zijn toch best divers?”
Ja. Op papier.
Zolang de top wit en mannelijk blijft.
Zolang afwijking alleen wordt getolereerd als het niet schuurt.
Zolang zichtbaarheid iets is voor LinkedIn in juni en daarna weer stil wordt.
Zolang inclusie een buzzword blijft, maar geen mandaat krijgt.
We vissen met z’n allen in dezelfde, uitgeputte vijver.
We blijven maar roepen dat het moeilijk is om divers talent te vinden, terwijl we weigeren om echt anders te kijken.
We bouwen werkomgevingen die simpelweg niet werken voor de meerderheid van de mensen.
We ontwikkelen techneuten, geen mensen.
We maken werk tot iets wat je overleeft in plaats van iets waar je in groeit.
En we blijven dat normaal vinden.
Serieus: waar zijn we in vredesnaam mee bezig?
De meeste mensen willen wel anders. Ze weten alleen niet hoe, of voelen zich te klein om het systeem te veranderen.
Beleeve is mijn antwoord op alles waar ik genoeg van heb.
Het is geen project. Geen strategie. Geen brandingverhaal.
Het is mijn roeping.
En als je roeping alle belemmerende overtuigingen overstijgt, dan weet je:
Het is tijd om in beweging te komen.
Ik wil een werkplek bouwen die klopt.
Een plek waar vertrouwen het uitgangspunt is, en controle het laatste redmiddel.
Want controle creëert geen veiligheid. Het creëert schijnzekerheid.
Echte veiligheid ontstaat wanneer mensen zichzelf mogen zijn. Niet omdat dat in een handboek staat, maar omdat het systeem gebouwd is op vertrouwen.
Waar je geen titel hebt, maar je eigen ritme. Je eigen pad.
Waar werk niet uitput, maar voedt.
Waar je niet hoeft te kiezen tussen menselijkheid en professionaliteit.
Waar je hele zelf welkom is, niet alleen de stukken die goed op LinkedIn staan.
Niet af en toe met een leuk uitje, maar elke dag.
Waar je floreert omdat je mens bent. Niet ondanks.
Waar ruimte is voor zachtheid. Voor herstel. Voor wie jij bent, niet alleen wat je levert.
Waar medewerkers worden uitgenodigd om hun volledige zelf mee te nemen: Emoties, intuïtie, kwetsbaarheid, zelfs spiritualiteit.
Werk is geen toneelspel. Je hoeft jezelf niet in stukken te hakken om professioneel te zijn. Menselijkheid hoort bij werk.
Ik wil afrekenen met een sector die:
-
Techneuten afbrandt voor de deadline
-
Diversiteit inzet voor PR, niet voor besluitvorming
-
Zingeving managet in plaats van leeft
-
Winst belangrijker vindt dan welzijn
-
En werk ontmenselijkt onder het mom van “efficiëntie”
Ik wil een bedrijf dat:
-
Diversiteit niet viert met stickers, maar verankert in structuur
-
Geen leiderschap uit ego of angst om controle te verliezen, maar mensen die het voortouw nemen als het klopt
-
Winst niet als hoogste doel ziet, maar als middel voor menselijkheid
-
Geld is niet het doel. Impact is de koers. En mensen zijn het kompas
-
Jaarlijks impactprojecten uitvoert. Niet uit plicht, maar vanuit de intrinsieke motivatie van het team
-
Zich inzet voor sociale impact, onderwijs, en het grotere geheel
-
Niet groter wil worden, maar beter. En eerlijker
-
Werkt vanuit een ander principe: geen MVP, maar een Minimum Loveable Product: iets waar mensen van houden, omdat het goed voelt
Ik wil bouwen aan een cultuur gebaseerd op het beste van wat ik heb gezien:
Lagom, Fika, Arbejdsglæde, Frihet under ansvar.
Geen loze termen maar bewezen werkprincipes uit culturen waar welzijn geen bijzaak is.
Scandinavische zachtheid gecombineerd met technologische scherpte.
Een bedrijf als tegenwicht. Als reset. Als alternatief.
Human-centered tech
Technologie is geen doel op zich. Het is een krachtig middel als je het bouwt met de mens als uitgangspunt.
Beleeve kiest voor technologie die ondersteunt, verbindt, versterkt.
Niet de snelste, maar de meest betekenisvolle oplossing.
Niet optimaliseren om te optimaliseren, maar ontwerpen voor het leven.
En dat doen we niet top-down.
Besluitvorming gebeurt decentraal, via vertrouwen, transparantie en gedeeld eigenaarschap.
Geen leiderschap op basis van macht, maar op basis van rollen, vertrouwen en collectieve intelligentie. Want leiderschap is geen functie. Het is een moment. Soms sta jij op. Soms ik. En soms luisteren we alleen. Dat is genoeg.
Organisaties zijn geen machines. Ze zijn levende systemen, met hun eigen richting en ritme.
Bij Beleeve luisteren we samen waar het heen wil. Niet waar het moet.
Beleeve is een bedrijf. Maar niet zoals je gewend bent. Het is de revolutie.
Niet met een blauwdruk, maar met een kompas.
We bouwen terwijl we luisteren. Naar wat nodig is, naar wat klopt. Want ook een organisatie leeft. Het beweegt, het ademt, het groeit.
Ik wil laten zien dat het anders kan. Dat het moet.
Dat het werkt.
En als jij dit leest en denkt: ja, dit voel ik ook, dan weet je wat je te doen staat.
Want als je het eenmaal ziet, kun je het niet meer niet zien.
Ik sta aan het begin.
Ik weet nog niet hoe ik er moet komen.
Maar: I beleeve. Do you?
Liefs,
Emily van Putten
